2.Biografie

Bewustwording (awareness) en empowerment lopen als een rode draad door het werk en leven van Usha Marhé. Zij begint haar journalistieke loopbaan en schrijfcarrière in oktober 1988  in Paramaribo, gaandeweg leert ze ook foto’s te maken en aan te leveren voor haar artikelen. In 1990 verhuist zij naar Nederland. Daar publiceert Marhé als freelance journalist artikelen en columns in bekende bladen als Opzij, De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland en Onze Wereld. Voor het dagblad Trouw interviewt zij de Indiase megaster Amitabh Bachchan, een persoonlijk hoogtepunt in haar carrière. In 1993 wordt zij genomineerd voor de ASN-Mediaprijs, later de Zilveren Zebra Mediaprijs.

Usha Marhé interviewt Amitabh Bachchan

In 1996 verschijnt bij Uitgeverij Van Gennep (Amsterdam) haar eerste boek (non-fictie): Tapu  Sjén/Bedek je schande – Surinamers en incest. Het boek vormt een mix van literatuurstudie, achtergrondonderzoek, diepte-interviews en Marhés visie op de problematiek van incest. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT, Amsterdam) organiseert in datzelfde jaar een discussieavond n.a.v. deze publicatie, want Usha Marhé doorbreekt met haar boek een groot taboe, zij durft de Surinaamse code van stilzwijgen, van tapu sjén – bedek je schande -, bloot te leggen en daartegen in te gaan. “Ik ben zeer onder de indruk”, aldus Frank Martinus Arion (auteur van Dubbelspel) over Tapu Sjén. ‘Een moedig boek’, oordeelt Chandra van Binnendijk in een recensie in het dagblad De Ware Tijd (Paramaribo) na de verschijning van Tapu Sjén. ‘Een goed leesbaar boek voor een groot publiek’, schrijft het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid in Nederland. Het blad Contrast (ook Nederland) prijst het boek aan als ‘een waardevolle wegwijzer.’ In 2000 verschijnt de tweede druk, aangevuld met een uitvoerig nawoord over haar ervaringen en de inzichten die zij heeft opgedaan sinds Tapu Sjén voor het eerst verscheen. In 2002 verzorgt zij een presentatie over seksueel misbruik (Paramaribo) op het driedaagse congres ‘Ontwikkeling = Verandering’, georganiseerd door de Stichting Stop Geweld tegen Vrouwen. Zij blijft op allerlei manieren aan de weg timmeren om het bewustzijn rondom het thema seksueel misbruik wakker te houden. In 2007 maakt Stichting Lobi in Suriname de infodocu ‘In gesprek over incest met Usha Marhé’. Deze tv-productie wordt vele malen op de Surinaamse televisie vertoond en is intussen ook via You Tube te zien.

Marhé heeft als eindredacteur verschillende bedrijfsbladen gemaakt. Zij schrijft in 1997 vanuit Amsterdam een jaar lang columns voor het dagblad De Ware Tijd (Paramaribo). Vanaf 1994 tot heden houdt Marhé ook lezingen en presentaties en leidt zij discussies over verschillende maatschappelijke onderwerpen, in zowel Nederland als Suriname. Als gastprogrammamaker organiseert zij in 2000 met het Koninklijk Instituut voor de Tropen het 5-daagse publieksprogramma Baap re Baap – Hindostanen over traditie en vernieuwing. Shabana Azmi, een kritische filmster uit de Indiase filmindustrie (o.a. bekend van de film FIRE), neemt deel aan de discussie over de emancipatie van vrouwen en mannen.

In 2002 is Marhé juryvoorzitter van de Kwakoe Literatuurprijs. Van 1999 tot en met 2003 is zij jurylid van de Zilveren Zebra Mediaprijs. In 2004 is zij een jaar lang bestuurslid van de sociaal-culturele vereniging Het Surinaams Verbond. In 2004 wordt zij door cabaretière Jetty Mathurin tijdens het Black Magic Woman Festival in Amsterdam uitgeroepen tot ‘Heldin’, vanwege haar boek Tapu Sjén/Bedek je schande. Heldinnen is dat jaar het thema van het BMW-festival.

In 2001 begint zij in het onderwijs te werken en geeft een jaar lang les als docent Journalistiek op de Academie voor Journalistiek in Tilburg, waar ze eerder zelf haar diploma behaalde. Daarna is ze overgestapt naar het middelbaar onderwijs, om les te geven in de Nederlandse Taal, wat zij vier jaar lang doet.

Haar eerste korte verhaal Dilemma’s is in 2007 gepubliceerd in de verhalenbundel Waarover we niet moeten praten.

foto: Presentatie Verhalenbundel ‘Waarover we niet moeten praten’ (In de Knipscheer, ISBN 978-90-6265585-4) op 01-04-2007 in Vereniging Ons Suriname, Amsterdam; v.l.n.r. Oscar Harris, Denise Jannah, Orchida Bachnoe, Usha Marhé

In mei 2007 is haar fictiedebuut verschenen: Dulari – De weg van mijn naam. Zes korte verhalen. (ISBN 9789055157365) Tijdens de presentatie op 20 mei 2007, als onderdeel van Caribbean Express tijdens de Culturele Zondag in Utrecht, las Noraly Beyer haar favoriete verhaal uit het boek voor. Jetty Mathurin nam het eerste exemplaar in ontvangst en huldigde en zegende Marhé daarna symbolisch met een ‘mala’, een traditonele hindostaanse bloemslinger van Afrikaantjes.

Op 24 juli 2007 bood de auteur haar boek in Suriname officieel aan presidentsvrouwe mevrouw Liesbeth Venetiaan-Vanenburg aan. Mw. Venetiaan heeft Usha Marhé daarna telefonisch laten weten wat zij van Dulari – De weg van mijn naam vindt: “Elke vrouw in Suriname zou dit boek moeten lezen.”

Op 27 juli 2007 vond de publieke presentatie van Dulari – De weg van mijn naam in Paramaribo plaats, georganiseerd door Eftee Books. Marhé werd geïnterviewd door radioman en auteur Roué Hupsel. Het boek en de auteur zijn buitengewoon goed ontvangen in haar geboorteland.

Op 14 januari 2008  is Usha Marhé door Sanoja Entertainment Magazine (SEM) en haar lezers verkozen tot Hindoestaan van het jaar 2007.  Uit het persbericht: “Met 2072 unieke stemmen is schrijfster Usha Marhé verkozen tot de Hindoestaan van het jaar 2007. Tussen 1 en 10 januari 2008 hebben 4298 mensen hun stem uitgebracht op totaal acht genomineerden. “Doel van deze verkiezing is  positieve rolmodellen voor de nieuwe generatie naar voren te halen. Door de zichtbaarheid van talentvolle Nederlanders van Indiase (Surinaams-Hindoestaanse) afkomst te vergroten wil SEM ook een bescheiden erkenning bieden voor uitzonderlijke prestaties in de kunst, cultuur en sport.”

Vanwege haar pennevruchten werd Marhé in 2008 uitgenodigd deel te nemen aan het internationale literatuurfestival Winternachten in Den Haag, waar zij op 19 januari optrad. Zij is een van de auteurs van het boek ‘Suriname en ik’, een verzameling non-fictie verhalen, dat in december 2010 bij Uitgeverij Meulenhof is verschenen  ter gelegenheid van de 35ste verjaardag van de Onafhankelijkheid van Suriname (Srefidensi). Haar bijdrage is hier te lezen. Zij schrijft regelmatig columns voor de website Waterkant.

Geïnspireerd door de vrouwen door wie zij is grootgebracht, met name haar nanie (oma),  bedenkt zij een concept voor een eigen bedrijf  vanuit het thema ‘verbinding’  en schrijft in september 2011 haar bedrijf Bara Babe in bij de KvK Amsterdam.