Post Tagged ‘40’

Stichting Lobi in Suriname (Buro voor Verantwoord Ouderschap en Seksuele Voorlichting) vierde op 29 februari 2008 haar veertigste verjaardag. Ter gelegenheid daarvan publiceerde Lobi een jubileumboek met als titel ‘40 Jaar Lobi Libi/40 Years of Love Live’. Deze column is ter gelegenheid van die veertigste verjaardag geschreven en in die jubileumuitgave gepubliceerd.

Freyri nanga koni!

Mijn oom, die voor dokter studeerde, vond het geen goed idee dat ik een brommertje van mijn moeder cadeau kreeg, toen ik slaagde van de mulo-school. Teveel vrijheid, teveel gemak, “…laat haar maar lekker met de bus gaan”. Ik knikte natuurlijk stevig van ‘ja’, toen ze het idee opperde om die brommer te kopen. Het zou mijn zelfstandigheid vergroten doordat ik mobieler werd: ik kon Paramaribo en omstreken verkennen, het was mogelijk om een grotere vriendinnenkring op te bouwen. Ik ben mijn moeder eeuwig dankbaar dat ze niet naar mijn oom heeft geluisterd: dankzij mijn oranje dames-Yamaha, waarvan ik negen jaar lang de trotse eigenares ben geweest, ben ik in mijn volwassen leven de baas gebleven over mijn eigen lichaam en seksualiteitsbeleving. Want dat brommertje bracht me naar Stichting Lobi.

Seks en seksualiteit zijn nog steeds moeilijke onderwerpen in Suriname, want de Surinaamse samenleving is behoorlijk preuts als het gaat om praten over deze thema’s. Door de zinderende aanwezigheid van erotiek en seksualiteit in het openbare leven en door al die moppen over seks zou je denken dat het anders is, maar niets is minder waar.

In de tijd dat ik op het Lyceum zat, kwam Stichting Lobi met de ‘Freyri nanga koni!’-campagne en kwam ook mijn eerste vriendje in zicht. Door die verliefdheid maakte ik kennis met emotionele en fysieke gevoelens die ik eerder niet kende, en door de campagne van Lobi kon ik goed verband leggen tussen voorbehoedsmiddelen en verantwoordelijkheid nemen voor mezelf. Zo kwam Lobi in mijn leven; want ik wist al vroeg wat ik vooral niet wilde, en dat was ongewenst zwanger worden.

Het is zinloos te doen alsof de ontwikkeling van de eigen seksualiteit niet bij een tienerleven hoort. Het is gevaarlijk om kinderen niet goed voor te lichten. Helaas praten de meeste Surinaamse ouders (nog steeds) niet met hun kinderen over deze dingen; er worden geboden en verboden opgelegd, en daar heeft een kind zich aan te houden. Punt uit. En dat maakt dat jonge mensen keuzes maken die vaak niet goed doordacht zijn en voor de rest van hun leven negatieve gevolgen hebben.

Godzijdank beschikte ik over vriendinnen met wie ik vrij over dit soort thema’s kon praten en lachen onder de overhangende takken van de olijfboom op het schoolerf. (Ken je die mop over Baldew de macho stier? Hij zag twee leuke vrouwtjes aan de overkant van het hek en sprong eroverheen om ze te versieren. “Hoe heet je?,” vroegen de dames. “Euh…noem me maar gewoon Dew,” zei hij, “de rest van mijn naam is aan het prikkeldraad blijven hangen.”). En gelukkig dat ik boeken over seksualiteit las en mijn brommertje had. Met dat eerste vriendje is ‘het’ niet gebeurd, ik had geen haast en liet me door niemand dwingen om haast te hebben. Maar toen het jaren later eenmaal zo ver was, wilde ik de baas blijven over mijn eigen seksualiteit, ik wilde dat vrij kunnen beleven zonder voor het grotere fysieke en vooral emotionele probleem van ongewenste zwangerschap en abortus te worden geplaatst.

In het uurtje dat ik op school even lesvrij was, of als de school vroeg eindigde, reed ik soms naar de Fajalobistraat, parkeerde mijn brommertje zodanig dat geen enkel familielid me zou herkennen, en voerde gesprekken met medewerkers van Lobi. Zij veroordeelden mij niet, zij vonden mij verstandig, en zo komt het dat ik respect kon tonen voor mijn lichaam en eigen baas ben gebleven over mijn lijf, tot de dag van vandaag.

Al op jonge leeftijd maakte ik de bewuste keuze om een ander leven te leiden dan dat van de vrouwen die ik om me heen zag. Ik hield van mijn moeder, mijn oma’s (de ene kreeg elf kinderen en de andere twaalf) en mijn tantes en nichten, ik wilde graag bij ze horen, ik leek op ze, maar ik wilde ook zo graag mezelf zijn en mijn ‘ik’, mijn eigen unieke kwaliteiten ontwikkelen. En dat kon niet op de manier waarop ik werd geacht te leven als vrouw in de Surinaamse samenleving. Ik voelde me verstikt door alle ongeschreven regeltjes.

Vrouwen zijn in veel samenlevingen aan een heleboel geschreven en ongeschreven wetten en regels gebonden, die erop neerkomen dat hun shakti, hun scheppende kracht en energie, wordt beteugeld. Een vrouw dient, volgens die regeltjes, haar omgeving gelukkig te maken, en hoort pas op de laatste plaats aan zichzelf te denken. De seksualiteit van vrouwen is aan nog meer regeltjes gebonden, want o wee de vrouw die baas is over haar eigen seksualiteit! Die is niet meer te controleren, die is niet meer kuis, die is niet meer gericht op het plezieren van anderen, maar vooral van haarzelf. In de Surinaamse samenleving word je dan gauw voor ‘motjo’ uitgescholden, voornamelijk door andere vrouwen, die zich machteloos voelen en anderen neerhalen, in een rare vorm van ‘gedeelde smart is halve smart’. Wat dat betreft is er sinds mijn jeugd niet veel veranderd in de straten van Paramaribo.

Mede daarom ben ik zeer blij dat ik heb gedurfd keuzes te maken, waarvan ik weet dat  er meer jonge vrouwen en mannen zijn die ook graag die keuzes zouden willen maken, maar het nog niet durven, omdat ze bang zijn voor wat hun omgeving zal zeggen en denken. Maar roddel en achterklap hebben niemand ver gebracht, leiding nemen over je eigen leven wel. Dat is waar het om draait: dat je verantwoordelijkheid neemt en situaties als kansen ziet in plaats van jezelf te wentelen in je gevoel van slachtoffer-zijn.

Stichting Lobi biedt de Surinaamse burger al veertig jaar lang de kans om verantwoordelijkheid te nemen over een belangrijk onderdeel van ons leven. Het werk van deze stichting is nog lang niet af; wat mij betreft mag Lobi nog heel lang blijven bestaan en haar werkterrein qua onderwerpen zelfs vergroten.

Zolang mannen, en vaak ook vrouwen in onze samenleving niet massaal de verantwoordelijkheid nemen voor hun seksualiteitsbeleving en het gebruik van voorbehoedsmiddelen, zolang er niet ‘gefreyri’ wordt ‘nanga koni’ moeten wij, die dat wel doen, verstandig zijn en onze dochters én zonen goed voorlichten. En als we dat zelf niet kunnen of durven, moeten we ze naar Stichting Lobi sturen, nee, brengen! En ons niks aantrekken van wat ooms zeggen, die voor dokter studeren. Misschien wilde hij niet dat ik zag wat hij in zijn vrije uurtjes deed, bedenk ik me nu plotseling…

Usha Marhé
Auteur

(Gepubliceerd in ’40 Jaar Lobi Libi’, Uitgave Stichting Lobi, ISBN 99914-968-2-3)

Advertenties