Post Tagged ‘Maarssen’

Column

Vanmorgen opgestaan, het is opvallend licht buiten en rustig in het gebouw, niet de normale geluiden van zes uur ‘s morgens. Een blik op de wekker vertelt genoeg. Het is half acht. De wekker is niet om zes uur overgegaan. Mijn eerste docentenplicht op school begint al om half negen. Dat red ik dus nooit, want ik moet nog douchen, brood inpakken, me aankleden, op de fiets naar het Muiderpoortstation racen om de trein naar Abcoude en Maarssen te halen. In een paar seconden gaat dat door mijn hoofd. Gelukkig hoef ik het eerste en tweede lesuur niet voor de klas te staan. Ik bel direct naar school en meld wat er aan de hand is. Ik keer terug naar de slaapkamer, nu klaarwakker en zie dat het half negen is. Met mijn slaapdronken kop heb ik ook dat verkeerd gezien. Nu wordt het flink haasten, om toch dat derde lesuur wel tijdig voor de klas te staan. De kinderen hebben spreekbeurten voorbereid, ik kan het ze niet aandoen om er niet te zijn. Ook al is Ria er niet meer. De avond daarvoor ben ik naar haar afscheid gegaan, in het rouwcentrum in Amsterdam-Zuid. Terwijl ik al fietsend nieuwe straten in dat gedeelte van de stad ontdek, blijf ik me die vraag stellen, waarop wij, die om haar treuren, nooit antwoord zullen krijgen.
“Waarom?”

Bij het afscheid ontmoet ik veel oude bekenden, die, net als ik, met Ria hebben samengewerkt aan projecten in de kunst- en cultuursector. Ze was veeleisend, perfectionistisch en daarom soms moeilijk om mee samen te werken. Maar ze was vooral een stimulans in ons aller groei. Ze is voor ons allemaal, die daar aanwezig zijn, op de een of andere manier de opening geweest naar een treetje hoger, in een tijd dat de multiculturele samenleving vooral als probleem werd beschreven en werd afgewezen, alsof de mondiale veranderingen en migratie die ook op ons koude kikkerlandje hun invloed hebben, terug te draaien zijn.

We zijn allemaal geschokt en verdrietig. Zo’n een slimme vrouw, die internationaal bekend was, die met haar scherpe mind en pen de dingen goed kon analyseren en weergeven. Met zoveel vrienden en bekenden om haar heen, veel waardering voor haar werk en persoon, een man met wie zij al 23 jaar prettig samen was, een pleegdochter annex vriendin voor wie ze door vuur ging en wiens zoontje voor haar als een kleinzoon was. Zoveel om voor te leven. En toch ligt zij daar in die halfopen kist. Eenenvijftig jaar jong.

Maandagmiddag om zes uur vond ik in mijn brievenbus de rouwkaart waarop stond: ‘Op een van de mooiste herfstdagen ooit overleed tot onze verbijstering mijn echtgenote, moeder en oma. We gunnen haar de rust die zij eerder niet vond.’ Ik schrok. Een paar weken geleden zag ik haar nog langs mijn huis lopen, arm in arm met haar partner, op weg naar hun woning, twee straten verderop. ‘Ik moet haar binnenkort bellen,’ dacht ik nog, om die afspraak te maken die we al langer dan een jaar aan het maken zijn. Om bij te praten. We ontmoetten elkaar via de journalistiek, maakten samen publieke programma’s, maar zijn jaren geleden verschillende richtingen opgegaan: zij als ondernemend kunst- en cultuurkenner, ik als docent.
“Toen we daar liepen, zei ze nog ‘daar woont Usha’,” vertelt Frans mij, tijdens het afscheid op dinsdagavond. Ook hij heeft het niet zien aankomen.

Ria kocht een kaartje op het Muiderpoortstation, richting Abcoude. Ze heeft een briefje achtergelaten, dat ze ging wandelen. Dat deden ze wel vaker, samen of alleen, dus vond hij het niet vreemd. Niemand kon weten dat ze nooit meer van deze laatste wandeling terug zou komen.
Op station Bijlmer is ze tussen de treinrails gaan liggen.
De trein kon nog vaart minderen.
Maar haar doel heeft ze ook nu bereikt.

Zoveel vragen, geen antwoorden.
Zoveel liefde, zoveel kennis, zoveel contact en toch…voelde ze zich alleen, onbegrepen, wilde ze niet meer leven in een wereld die voor haar gevoel steeds lelijker werd? De bovenkant van haar lichaam is nog oké, dus is de kist open, we mogen afscheid van haar lichaam nemen. De anderen doen dat. Ik wil me haar herinneren zoals ik haar heb gekend. Iedereen is aangedaan. Het is erg druk in de kleine ruimte.

Dinsdagavond pak ik mijn schooltas in, zet alles klaar. Praat telefonisch nog met een vriendin na. Het enige dat ik vergeet, voor het eerst, is de wekker. Uiteindelijk zit ik in de trein. Alles wat er mis kan gaan, gaat mis, maar gelukkig ontmoet ik allemaal mensen, mensen die ik niet ken, die me alles helpen oplossen. Het treinkaartje dat ik niet op tijd kon kopen omdat ik samen met de trein op het station aankwam, mijn strippenkaart voor de bus die ik thuis in een andere jas ben vergeten. Op dat moment zo onbelangrijk en toch noodzakelijk.

Ik bel naar school, om te regelen dat er iemand voor de klas staat indien ik toch vijf minuten te laat mocht zijn. Ik word goed geholpen door mijn nieuwe collega’s. Daarna kan ik tot rust komen en ademhalen. Plotseling besef ik dat ik hetzelfde traject afleg. Zo is Ria’s laatste wandeling begonnen, ook op dat station, ook in die trein, ook richting Abcoude. Station Bijlmer is ook vandaag een tussenstop. Ik moet me goed houden. Bij Abcoude begrijp ik waarom er vorige week vertraging was, op hetzelfde traject, er moest een andere trein komen. Ria vond die dag haar einde op de rails.

’s Avonds zit ik weer thuis. Het is een wonder dat ik deze dag goed ben doorgekomen. De emotie komt los. Ze is vanmiddag, woensdag, ten grave gedragen. Haar tijd zit erop.
Ik lees de prachtige column die Bart over Ria heeft geschreven en mijn hart springt bijna uit mijn keel. De klok tikt de laatste uren van deze dag weg. Morgen heb ik de wekker gelukkig niet nodig.

Waarom, Ria?
Ik hoop, samen met je man en iedereen, dat je op een plek bent waar je de rust vindt, die je zocht. Het zal even duren voordat wij, hier op aarde, onze rust hebben terug gevonden.

©Usha Marhé
Woensdag 28 september 2005

Advertenties