Post Tagged ‘tolerantie’

winternachten2008

Usha Marhé tijdens het Internationale Literatuurfestival Winternachten/Writers Unlimited in Den Haag

 

Wat heeft mijn aanwezigheid in Nederland te maken met de afschaffing van de slavernij in Suriname, Keti Koti, op 1 juli 1863? En met de eerste officiële erkenning en herdenking op Nederlandse bodem van die slavernij, op 1 juli 2002, in het Amsterdamse Oosterpark, 139 jaar na dato? Ik ben nazaat van  Indiase contractarbeiders, die vanaf 1873 naar Suriname werden gehaald, om de slaven na het tienjarig Staatstoezicht op de plantages te vervangen, zodat de Nederlandse plantage-eigenaren niet zonder goedkope arbeid zouden komen te zitten. Ik heb er dus van alles mee te maken.

Hoe beïnvloedt dit mijn denken, doen en laten, handel en wandel? Zonder Nederland zou Suriname niet bestaan, zoals we het kennen, zonder de Afrikaanse slaven zou er geen afschaffing van de slavernij zijn geweest en zouden er geen Indiase (toen Brits-Indiërs) contractarbeiders naar Suriname zijn verscheept.

Mijn eerste voormoeders zetten in 1873 voet op Surinaamse bodem en sindsdien zijn Nederland, Suriname, Afrika, Engeland en India onlosmakelijk met elkaar verbonden. En is mijn geschiedenis, mijn rutu en hoe ik in de wereld sta ook onlosmakelijk met Nederland verbonden geweest, nog voordat ik hier ooit voet aan wal zette. Dat wist ik. Maar dat wist men hier niet. Verbijsterd was ik. In de tweede helft van 1990. Ik had toen voor de tweede keer in m’n leven voet op Nederlandse bodem gezet. De eerste keer was ik negen; mijn moeder nam buitenlands verlof op, om te reizen en na te denken, met als standplaats Nederland. We bleven toen zes maanden, ik maakte de derde klas lagere school in Leidschendam af. Daarna keerden we terug naar Paramaribo. Deze keer was ik er weer, alleen, zesentwintig, ook weer voor zes maanden, want nu was het mijn beurt om na te denken. Toen wist ik nog niet dat ik er na twaalf jaar nog zou zijn.

Maar sinds juli 1990 verkeer ik dus in een soort state of shock. Ja, nog steeds. Van mens, vrouw en Surinamer werd ik plotseling allochtoon, buitenlander, vreemdeling, zwarte, vluchteling. Het schokte me dat de meeste Nederlanders niks over Suriname wisten. Sterker nog, dat ze niet geïnteresseerd waren in dat land, waar over de ruggen van slaven en contractarbeiders heen bloedgeld was verdiend, welk geld weer in de Nederlandse economie is gestoken, via de WIC en de VOC. Dat wisten ‘ze’ niet eens. Dat de oorzaak van de huidige aanwezigheid van al die gekleurde mensen uit al die (tropische) landen in Nederland vooral van historische aard was/is, nee, dat ging er niet in. Bij velen nog steeds niet.

Nederland heeft haar arbeidersprobleem steeds op dezelfde manier opgelost. Mensen van buiten halen, vroeger via slavernij, in de jaren zestig via gastarbeiders. Slaven waren niks, die martelde je soms voor je plezier. De gastarbeiders moesten onzichtbaar blijven. Niks integratie, niks minderhedendebat. Als je die arbeiders niet meer nodig had, stuurde je ze weg of dumpte je ze. Maar… de kinderen en familie van die arbeiders en slaven en contractarbeiders  zijn in Nederland komen wonen. Zo was de multiculturele samenleving plotseling een feit. Wat vroeger buiten werd gehouden, zat nu opeens binnen. En Nederland werd/wordt sindsdien geconfronteerd met haar gedachten en vooroordelen over al die mensen die eerst overzee woonden. Nu moeten de kinderen van die migranten en koloniale samenlevingen integreren. Zoals de Nederlanders dat willen. Want dan ‘pas je in het team’. Dan ben je geen spiegel meer van die gedachten, zodat ‘de Nederlanders’ zich niet hoeven aan te passen aan de moderne tijd en niks hoeven af of bij te leren.

Integratie wil zeggen dat je moet leren niet bedreigend te zijn, niet anders te zijn, niet op te vallen en vooral niet boven het witte maaiveld uit te steken. En dat is nogal moeilijk als je sowieso al anders bent en van de andere kant van de geschiedenis komt, die hier nooit in de boekjes heeft gestaan. Vanaf de kleuterschool heb ik les gehad uit boeken, die door Nederlanders waren geschreven. Leerde ik op de lagere school: ‘Ei ei ei, de vakantie begint in mei.’ Sinterklaas kwam elk jaar op bezoek en Pieterbaas bleef nooit weg. Las over Klaas Vaak, Ot en Sien, Pinkeltje, De Kameleon (ik zit ook op de film te wachten), de koninginnen en prinsessen. Leerde Nederlandse literatuur lezen en ontleden voor de boekenlijst, las over de winter en witte kerstlandschappen. Leerde Suriname met mijn hoofd te bekijken via Nederlandse geschiedenisboekjes, terwijl ik er met mijn lijf woonde. Daar kwam grote verandering in na 1980. In Paramaribo werd sindsdien de koloniale geschiedenis en de eigen vorming kritischer dan eerst onder de loep genomen. Ik leerde de geschiedenis van twee kanten bekijken. Ja, Piet Hein z’n daden benne groot, maar ten koste van wie en wat?

Integratie of assimilatie volgens het Nederlandse poldermodel-idee, dat eeuwenlang op ‘mijn’ voorouders is toegepast? Nee. Ik weiger kleurloos te worden en te zijn. De vele mannen en vrouwen uit India en Afrika, Java, China en al die landen waaruit mensen naar Suriname zijn geïmporteerd, hebben voor mijn aanwezigheid op deze Nederlandse bodem met hun bloed, zweet en tranen betaald. Ik ben het aan hen verplicht me niet tot nul te laten reduceren door mensen die hun eigen geschiedenis niet kritisch durven te bekijken, niet volmondig durven hun verantwoordelijkheid te nemen. Ik weiger me te laten inprenten dat ik al mijn moedertalen moet afleren, zodat ik alleen maar Nederlands zal spreken en schrijven en denken. Tot 1975 was het verboden Sranantongo* in Suriname te praten.

Nee, dames en heren van het Koninkrijk der Nederlanden, zo zijn we niet getrouwd. Ik wil gewaardeerd worden, niet getolereerd. Maar zolang u mij slechts tolereert en mij dus niet ziet zoals ik ben, zolang u mij niet vraagt wat ik over integratie denk en voel, maar dat liever aan Nederlandse ‘deskundigen’ vraagt die u weer zullen sterken in uw zelfbeeld, zolang u zich niet afvraagt ‘waarom ken ik mijn eigen geschiedenis niet goed?’, zolang u denkt mijn kracht te moeten beteugelen om niet bang voor mij te hoeven zijn, zolang zult u mij niet als gelijkwaardige burger van dit land kunnen accepteren.

Vraagt u me, tot de dag is aangebroken dat u dat wel kunt, nooit meer hoe mijn land van herkomst een rol speelt in mijn werk en leven. Weet dat het altijd een rol zal spelen. In hoe ik beweeg, hoe ik denk, hoe ik voel, hoe ik schrijf en reis, waar ik me thuis voel, in mijn gastvrijheid. In alles. Vraagt u zich maar liever af hoe het komt dat u en uw kinderen zo weinig weten van oorzaak en gevolg, van slavernij, kolonialisme en de huidige samenstelling van de Nederlandse samenleving. Als u het antwoord heeft gevonden, kunnen we eindelijk integreren. Samen. Integratie is immers het samengaan van meerdere dingen, tot één geheel.

  • Sranantongo = Surinaams

©Usha Marhé

Deze column schreef ik in 2002, de inhoud is anno 2016 actueler dan ooit. Het is eerder gepubliceerd onder de titel ‘Keti Koti’, in het ‘Boekman Cahier – kwartaalschrift voor kunst, onderzoek en beleid’ , nummer 53, 14de jaargang, september 2002.

Boekman Cahier-1

Boekman Cahier-2

Boekman Cahier-3