Post Tagged ‘vader’

Het boek ‘Suriname en ik’ is een collectie van 55 persoonlijke verhalen van vooral bekende Surinamers over hun vaderland. Het verscheen in december 2010 bij Uitgeverij Meulenhoff. Onderstaande bijdrage is van mijn hand. (De linkjes met reclame zijn niet door mij geplaatst, dat is automatisch gebeurd, hopelijk krijg ik ze gauw weg.)

Suriname en ik-Meulenhoff

Surinameneik-Meulenhoff-UshaMarhe

Hoe wij hier ook samen kwamen…

Usha Marhé

Toen mijn vader in 2009 stierf, wist ik eindelijk waar ik mijn laatste afscheidsrituelen wilde laten plaatsvinden. Een crematie op Weg naar Zee, of zoals het in de overlijdensberichten in het Sarnami wordt genoemd, Samunder Ke Kinare. De plek waar sinds vijf generaties vrijwel al mijn voorouders zijn gecremeerd en waar ook mijn nanie, mijn oma van moederskant, die mijn liefste vriendin is, gecremeerd zal worden als het zover is. Daar zijn ook haar vader en moeder en mijn vader gecremeerd. Mijn as moet ook in dezelfde rivier als hun as worden gestrooid.

De as van mijn vader is in de monding van de Surinamerivier gestrooid. Hij is eenzaam gestorven en was al een paar dagen dood voordat hij werd gevonden. Hij moest vrijwel direct worden gecremeerd. Ik kon niet op tijd in Suriname zijn voor de crematie, alle rechtstreekse vliegverbindingen zaten tjokvol. Ik kon wel op tijd zijn voor de uitstrooiing van de as. Terwijl ik vanuit Amsterdam via Brussel, Parijs, Cayenne, St. Laurent en Albina onderweg was naar Paramaribo om dit samen met mijn drie broertjes te doen, besloot mijn ene broertje dat hij niet wilde wachten. Mijn andere twee broertjes hielden hem niet tegen. Tegen de met mij gemaakte afspraken in strooiden zij de as van mijn vader in de rivier. Zij hebben mij met die daad een belangrijk geboorterecht ontnomen.

Ik ben het oudste kind en de enige dochter van mijn vader. Nadat hij gescheiden was van mijn moeder, en voor een tweede keer in het huwelijk was getreden, konden mijn vader en ik niet bij elkaar zijn, door de onbegrijpelijke beslissingen die volwassenen soms maken. Nu kon ik als zijn dochter ook zijn laatste ritueel op aarde niet uitvoeren.

Op mijn manier heb ik afscheid van hem genomen, bijgestaan door mijn nanie, mijn neef en diens echtgenote, de pandiet en door mijn benawel vader; de man die uiterlijk zo veel op hem leek, dat ik hem als zeventienjarige adopteerde als vaderfiguur. Het was een symbolisch afscheid, om verder te kunnen gaan met mijn leven.

In juli 2009, toen ik oog in oog stond met het kale terrein van het crematieoord Weg naar Zee, vond ik eindelijk antwoord op de vraag, die mij al negentien jaar in Amsterdam bezighield: wil ik worden begraven of gecremeerd, en waar, in Suriname of in Nederland?

Die vraag drong zich voor het eerst aan mij op toen ik naar Nederland migreerde in juli 1990. Migratie zet alle vanzelfsprekendheden op z’n kop, de reden van de migratie doet er niet toe. Je bent in een klap alle vriendschappen kwijt die je vanaf de lagere school hebt opgebouwd, alle netwerken waar je sinds je geboorte deel van uitmaakt, alle immateriële en materiële zaken die je tijdens je leven hebt verworven. Ook je cv is in het nieuwe land nietszeggend, want men kent jou niet. Je moet helemaal opnieuw beginnen. Dat kost tijd en moeite. Veel tijd, en veel moeite, ook al ken je de taal al, en ook al is de geschiedenis van jouw geboorteland al langer dan driehonderd jaar onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van dat nieuwe land.

Door de ervaring van de migratie ben ik dichter bij de geest van mijn voorouders gekomen, die zelf ooit drie maanden op een zeilschip doorbrachten om van Hindustan, Brits-Indië, naar Suriname te verhuizen, net als ik op zoek naar levensomstandigheden, die meer ruimte voor hun ontwikkeling zou bieden. Mijn band met hen is door de gedeelde ervaring dieper geworden, ik heb hen beter leren waarderen. Migranten hebben een verwantschap met elkaar, dwars door de tijd en door culturen heen, die niet-migranten nooit zullen begrijpen. Ontwortelen en opnieuw wortelen is een proces dat bijna niet in woorden te vatten is.

In de twintig jaar dat ik in Amsterdam woon, heb ik veel opnieuw weten op te bouwen, ook de immateriële kant. Mijn vrienden- en familiekring woont aan beide kanten van de oceaan. De laatste jaren zijn we vrijwel dagelijks met elkaar in contact, dankzij social communities als Facebook. En ik kan mijn vijfentachtigjarige nanie op haar mobiele telefoon bellen zodra ik haar stem wil horen.

Terwijl ik hard werkte om alles opnieuw op te bouwen, vroeg ik me jaar in, jaar uit af, ‘Waar, als het zover is?’ Want ook die vanzelfsprekendheid was weg. Voor het geval dat er iets met mij zou gebeuren, betaalde ik intussen elk jaar braaf een uitvaartzekering, zonder dat het bedrijf of ik mijn laatste wensen kenden.

Het idee dat ik in een gesloten kist in een gesloten oven in een koud en ongezellig Nederlands crematorium gecremeerd zou worden, gaf me kippenvel. Zo weinig symboliek. Begraven worden in de koude Nederlandse grond, daar kon ik mij na al die jaren niks bij voorstellen, ik heb niks met die koude en bijna ontoegankelijke grond, ik heb er geen relatie mee kunnen opbouwen, zoals ik wel heb kunnen doen met de warme aarde in Suriname.

Elk jaar, als de deur van het vliegtuig op Zanderij opengaat, voel ik het gewoon; het trillen, kloppen en pulseren van de aarde, die op mij wacht om mij te beminnen vanaf het moment dat ik er mijn eerste stappen op zet. Zij vibreert alsof zij mij heeft gemist, zij omhelst mijn voetstappen, ze probeert mijn blote voeten gedurende mijn verblijf op haar grond te betoveren, in de hoop dat ik niet opnieuw vertrek. Zodra ik dat vliegtuig uitstap en contact maak met de energie van de Surinaamse aarde zijn alle Hollandse pijntjes, kwaaltjes en allergieën voor driekwart verdwenen.

In Suriname heb ik als kind de aarde gegeten, ik heb de korrels op mijn tong geproefd, ik heb er door de modder gerold, ik heb mezelf met het witzand en scherpzand in de kreken en rivieren schoongewreven. Overal ruikt de grond anders. In de savanne droog en barbecueachtig, in het binnenland vochtig en heet, in de stad naar benzine en andere stadse luchtjes, en op het platteland, op boiti, vaak als een frisse bries. Ik heb mij gevoed met vruchten uit haar schoot als dyamun, papaya, manja, birambi, en met haar groenten bitawiri, klaroen, gomawiri, kouseband en tayerblad. Dezelfde groenten en vruchten die mijn familie hebben gevoed, vanaf het moment dat ze voet op Surinaamse bodem zetten. De voorouders van de vader van mijn moeder plantten hun eerste groenten in 1884 op plantage Belwaarde aan de Beneden Surinamerivier. De grootouders van mijn nanie kwamen in 1889 aan en begonnen te werken op Plantage Monsouei aan de Beneden Cotticarivier. De man, wiens achternaam ik draag, deed dat vanaf 1909 op plantage Slootwijk. Zij verlieten allen hun geboorteland, en hebben als agrariërs hun nieuwe dharti mata, hun ‘moedergrond’, met liefde en geduld bewerkt, opdat hun nazaten daar een goed bestaan zouden kunnen opbouwen. Zolang geleden is die geschiedenis niet: de moeder van mijn vader, mijn adji, kwam uit India. Dankzij hun aller inspanning ben ik als volbloed Surinaamse opgegroeid en hebben zij mij het recht gegeven dat met trots als onderdeel van mijn identiteit te benoemen. Hun harde werk verbindt mij onlosmakelijk met de grond waar ons aller kumbat’tei, ons aller navelstreng, begraven ligt.

Voor het hek van het verlaten terrein van het crematieoord wist ik in juli 2009 na negentien jaar zoeken, eindelijk en intuïtief, dat als ik in leven niet met en bij de mensen kan zijn die ik liefheb, dat ik dan in de dood symbolisch weer met ze verenigd wil worden. Op die plek, waar vrijwel iedereen uit mijn familie voor het laatst wordt gegroet, en waar ook mijn broertjes hun laatste dag op aarde zullen doorbrengen.

‘Hoe wij hier ook samen kwamen,’ schreef de dichter Trefossa in het Surinaamse volkslied, ‘aan zijn grond zijn wij verpand.’ Deze zin heeft, in het licht van de Surinaamse wordingsgeschiedenis, altijd een speciale betekenis voor mij gehad. Het vat de rijke geschiedenissen van zo veel migranten uit alle delen van de wereld samen, die in een periode van meer dan driehonderd jaar naar en vanuit Suriname zijn gemigreerd. Nu vat het ook mijn persoonlijke geschiedenis samen.

Daar, bij Weg naar Zee, zullen onze verhalen bij elkaar komen, daar zal mijn as zich met de Surinaamse aarde verenigen. Daar zullen mijn voorouders mij opwachten, daar zal mijn vaders ziel de mijne verwelkomen. Samen zullen wij in het hiernamaals verdergaan, in zuivere liefde, verlost van alle maya, van alle illusie.

Surinameenik-Meulenhoff-Inhoud

Surinameenik-back-Meulenhoff

Advertenties