RAMP: Ruïnes in de Bijlmer – artikel (De Groene Amsterdammer, 7 oktober 1992)

Geplaatst: 05/10/2017 in Artikel
Tags:, , , , , , , ,

Vijfentwintig jaar geleden stortte er op 4 oktober 1992 een vliegtuig neer op de Bijlmermeer. Ik woonde in de K-buurt, waar de ramp plaats vond, en schreef er drie artikelen over voor De Groene Amsterdammer. Vanwege deze vijfentwintigste herdenking werd ik gevraagd om op 16 september 2017 een van mijn artikelen tijdens het literaire programma van een herdenkingsbijeenkomst in de Bijlmer voor te lezen. De behoefte om terug te blikken blijkt aanwezig. Daarom onderstaand het eerste artikel. De tekst staat onder de afbeelding.

De Groene Amsterdammer, 7 oktober 1992

RAMP: Ruïnes in de Bijlmer

 

Journaliste en Bijlmerbewoonster Usha Marhé was de eerste verslaggever die aanwezig was nadat het El Al-vliegtuig zondagavond neerstortte op de flats Groeneveen en Kruitberg. Hier volgt haar relaas over de gebeurtenissen in de Bijlmermeer. Een reportage over ongeloof, verbijstering, en, uiteindelijk, woede.

door Usha Marhé

Een lichtfits. De hele buurt wordt tot in de wijde omtrek helder verlicht. lk zit met mijn rug naar het raam op de negende verdieping in de flat Kralenbeek. Kort voor de lichtflits klonk een droge knal. Vuurwerk? Nee, vuurwerk klinkt niet zo hard en geeft niet zulk helder licht. Enkele seconden voor de knal en de lichtflits hoorden we een vliegtuig overvliegen. Héél laag. Lager dan normaal. Het geluid van de motoren klonk zwaarder dan anders. Zonder expert te zijn, kunnen we dat in die paar seconden vaststellen. Per dag vliegen er onnoemelijk veel vliegtuigen over de Bijlmermeer, soms wel tien in tien minuten. Je raakt eraan gewend en je merkt het direct als het geluid of de routes afwijken. Net als het geluid van de bus, die op geregelde tijden afremt en weer optrekt. Mijn neefje van zestien maanden kent het geluid al. Hij vindt het spannend, wijst gelijk naar de lucht als er weer een overvliegt.

Mijn gastvrouw schrikt van het vliegtuig. ‘Deze vliegt wel heel laag’, zegt ze. ‘Een dezer dagen dondert er nog een tegen een flat aan, je zal het zien.’ Ze heeft het nauwelijks gezegd of beneden begint iemand te gillen: ‘A plane fadong! Mijn god, dat vliegtuig is gevallen!’ Ze gilt doordringend, springt op en neer, houdt maar niet op, blijft dat ene zinnetje herhalen. lk kijk automatisch op mijn horloge. Het is tussen 12 en 13 over half zeven in de vooravond.

                Iedereen weet het inmiddels. Een vrachtvliegtuig stortte neer. Op de Bijlmermeer. De vier inzittenden kunnen niets navertellen. Het aantal doden op de grond is nog onbekend. Boven de tweehonderd, wordt geschat. Want van de 236 ingeschrevenen worden er tot dinsdagavond nog tweehonderd vermist. De meeste mensen waren thuis. Vermoedelijk zijn er veel kinderen omgekomen. Sommige scholen in dit stadsdeel hebben dezer dagen opvallend veel lege stoelen. Een groot deel van de huizen in de Bijlmer is onderverhuurd. De bewoners van die huizen zijn niet geregistreerd. Er wonen ook illegalen. Die staan nergens geregistreerd. Niemand zal naar ze komen zoeken als ze in de vlammen zijn omgekomen.

Het is misschien  ongelooflijk, maar bijna iedereen die in en om de Bijlmer woont heeft wel iets van de ramp gezien. Hoe het vliegtuig hoogte verloor, hoe de motoren in brand vlogen, hoe het neerstortte. En de lichtflits, die de hele buurt tot over de snelweg in lichterlaaie zette. Zo dichtbevolkt is de buurt. En toch vlogen er tot maandagnacht elke dag ontelbare aantallen vliegtoestellen over dit stadsdeel, dat meer inwoners telt dan de binnenstad van Amsterdam.

Nog nooit van mijn leven rende ik zo hard. Met een paar seconden verschil had het toestel net zo goed op Kralenbeek kunnen neerstorten, besef ik terwijl ik voortploeter door het modderige gras. lk arriveer bij Kruitberg, waar het een totale chaos is. Dat ik journalist ben, telt voor mij op dat moment niet. Er moet worden geholpen. Mijn waarneming blijft uitstekend functioneren. lk heb dit eerder meegemaakt, tijdens de vliegramp in Suriname drie jaar geleden, toen ik werkte voor het Surinaams Nieuwsagentschap in Paramaribo.

Maar waar begin je? ledereen rent door elkaar, krijst en schreeuwt, mensen springen van balkons af, proberen door middel van haastig aaneengeknoopte stukken goed naar beneden te komen. De omgeving is vergeven van de zwarte rook, de kerosine verdrijft alle andere geuren. De ambulance is vrij snel na de crash gearriveerd. De politie ook. Daarna de brandweer. Maar ze kunnen de plaats van de ramp niet zo snel bereiken, omdat de Bijlmer een park is en de toegangswegen zijn afgesloten. De optimistische geluiden over optimale en snelle hulpverlening kloppen niet.

Een Pakistaans gezin rent op blote voeten Kruitberg uit, de talloze glasscherven deren hen niet. Niemands nationaliteit telt die nacht. ledereen is wanhopig, wil helpen, maar weet niet hoe. De politie maakt een warrige indruk. Ze proberen de toegestroomde toeschouwers van Groeneveen en Kruitberg af te houden, maar dat lukt niet. Om 10 voor 8, een uur en twintig minuten na de crash, hoor ik de ene agent tegen de andere zeggen dat er ‘godverdomme nog te weinig man is om de boel af te zetten’. Een andere agent snauwt een vader af die zich geen raad weet omdat zijn kind bloedt. ‘Breng hem zelf maar naar het ziekenhuis’, schreeuwt hij bijna. Snelle hulp? Een rampenplan? Laat me niet lachen. lk geloof wel dat er een rampenplan voor Amsterdam is, maar niet specifiek voor de Bijlmer en zo te zien ook niet voor een vliegtuigongeluk.

Bij buurtcentrum De Bonte Kraai, ongeveer honderd meter van de onheilsplek, weten ze van geen enkel plan. Ze willen graag mensen opvangen, weten niet hoe. Nee, ze weten niets van een crisisplan voor de Bijlmer, zegt een medewerker. De telefoons in de wilde omtrek zijn uitgevallen. Die van buurthuis De Bonte Kraai zijn op slot, dat moet altijd in het weekend. De beheerder woont buiten Amsterdam. Het winkelcentrum Kraaiennest, voor de ingang van het buurtcentrum, blijft de hele avond hermetisch gesloten. Niks geen inbrekers en plunderaars, blijkt de volgende ochtend. Waar er is gestolen, weet men bij de boekhandel niet, maar niet in het winkelcentrum. Misschien bij de avondwinkel?

Er zijn weinig ontmoetingsplekken in de Bijlmer. In De Bonte Kraai zit een Surinaamse vrouw voor zich uit te kijken. Ze wist niet waar ze naar toe moest en ging automatisch naar het buurtcentrum. Niemand heeft haar verteld dat er opvang was. Ze woonde op nummer 418, Kruitberg. Heeft gelukkig haar kind nog gevonden. Is wel haar huis kwijt. De vrouw is rustig, praat bijna ontspannen. Nee, ze is niet verzekerd. Ze had het wel geprobeerd, maar ze werd geweigerd door een verzekeringsmaatschappij, waarvan ze de naam niet meer weet. ‘Ze vonden het risico voor zichzelf te hoog.’ Ligt het er misschien aan dat ze van een uitkering leeft? ‘Nee, ik werk.’

Dinsdag hoor ik een soortgelijk verhaal van een buurtorganisatie. Ook hun verzekeraar zei de verzekering op. Met veel moeite konden ze een nieuwe vinden. ‘Of je krijgt een verzekering tegen een hogere premie, of men verzekert je niet’, weet de organisatie inmiddels uit ervaring. Vreemd – in andere delen van de Bijlmermeer zijn mensen wel normaal verzekerd.

                De plek des onheils is ondertussen vergeven van de journalisten en belangstellenden. De Amsterdamse mediamensen kunnen de weg in de Bijlmer met moeite vinden. Het is schandalig, maar ze zijn er nooit eerder geweest.

De Bijlmerbewoners zijn niet zomaar nieuwsgierig, ze willen weten of er vrienden of familie tussen de slachtoffers zitten. Iedereen kent iedereen zo’n beetje in de Bijlmer, en er woont veel familie op een kluitje. Van heinde en verre zijn er echter ook anderen toegestroomd die er werkelijk niets hebben te zoeken en de politie en hulpverleners alleen maar in hun werkzaamheden hinderen. Velen hebben een fototoestel of videocamera meegenomen. ‘Voor mijn privé-collectie’, legt een van hen uit. Alsof het over een Van Gogh of Rembrandt gaat.

De metro is al lang stilgezet. De brokstukken van het ontplofte toestel liggen overal. Iemand uit het centrum is op zoek naar een stukje vliegtuig, als ‘souvenir’. Het kost me veel moeite om hem geen schop onder zijn kont te geven.

Wat moet je als er zoiets gebeurt? Waarom in de Bijlmermeer, denk je, de Bijlmer die al zo door God en politiek verlaten is? De Bijlmer, vergaarbak van criminelen, van dealers en illegalen, als je de stigmatiserende berichtgeving mag geloven. Alsof er daar geen mensenvreugde en mensenleed is, zoals in de rest van het land. Alsof mensen daar niet leven en sterven, zoals overal.

De Bijlmerbewoners voelen zich over het algemeen al verguisd door de politiek. Nu voelen ze zich totaal verlaten. Sommigen vermoeden in hun hysterie zelfs opzet. ‘Ze willen de Bijlmer toch slopen? Wie weet hebben ze een deal met Arafat gemaakt’, zegt een man in het Surinaams.

                Maandagochtend krijgt de pers een tien minuten durende rondleiding binnen het afgezette maalveld. Franse, Belgische, Nederlandse media. Veel is er niet te zien. Waar Kruitberg in Groeneveen overging, is nu alleen de grijze hemel. Het weer werkt ook niet mee. Sinds zondagmiddag staat er een straffe wind en waait het gemeen koud. De bluswerkzaamheden zijn daardoor bemoeilijkt. Alles is grijs. De grijze resten van de flat en de grijze as van het vliegtuig roken na. Het stinkt naar verbrande kerosine. En iedereen beseft dat onder het puin nog de resten van zoveel vermisten liggen. Over Amsterdam-Zuidoost hangt niet de normale vrolijkheid, er wordt gedempt gesproken. Het is stil, de vliegtuigen vliegen als bij toverslag niet meer over. Waarom kan het nu wel?

De mensen van buurtorganisatie Siri zijn boos. Toen het vliegtuig neerstortte, hadden ze een dansie (dansfeest). Ze zouden bewoners tot protest willen aanzetten – omdat dit de druppel is die de emmer van nalatigheid in de Bijlmer laat overlopen. In de flats wonen bijvoorbeeld mensen in de binnenstraat naast de vuilnisstortplaats. De stank is er soms niet te harden. In geval van brand is de flat moeilijk met de auto te bereiken. De flats zijn soms wel meer dan driehonderd meter lang – wie zijn er in godsnaam op dat idee gekomen? Die personen zouden moeten worden verplicht zelf maar in de binnenstraat te wonen.

               Terwijl ik in deze hectische dagen door de Bijlmer loop, de mensen gadesla en aan nieuwsmateriaal probeer te komen, schaam ik me een beetje. Aan de ene kant ben lk journalist, aan de andere kant ben ik vaker in de Bijlmer dan ergens anders. Mijn gezicht is hier niet onbekend. lk zou mijn beroep voor geen enkel ander willen ruilen, maar op zo’n moment voel ik me een aasgier. lk zou de mensen liever willen troosten en helpen hun leven weer in te richten. In plaats daarvan loop ik met een collega van de lkon het stadsdeel af, op zoek naar informatie. Hij voelt zich ook een beetje bedremmeld. Gluurders voelen we ons, die andermans leed maar niet met rust kunnen laten.

Waar we ook komen, collega’s zijn ons al voor geweest. Eigenlijk wil niemand met ons praten. Als we uitleggen wat we zoeken, willen ze wel luisteren. Maar eerst spuwen ze hun gal over de journalisten die op zondagavond langskwamen. Hoe onbeschoft ze waren, hoe sensatiegericht. Veel nabestaanden zijn door familie opgevangen. Een meneer weet niet hoe zijn telefoonnummer in handen van journalisten is gekomen, maar de telefoon houdt niet op te rinkelen. ‘Kunnen jullie ons niet met rust laten? Het is nu nog te vroeg.’ Maar voor de meesten wint de actualiteit het van het menselijk leed.

’s Avonds gaan we naar een dienst van de Pinkstergemeente, vlakbij de plaats van de crash. ‘We denken altijd dat het ergens anders gebeurt’, roept de voorganger. Er wordt instemmend gemompeld. ‘We moeten in God vertrouwen als we in gevaar zijn.’ Ook dat gaat er in als zoete koek. ‘In rampspoed worden goddelozen geveld. God weet wat hij doet. Hij weet waarvoor hij rampen op de wereld gebruikt. Gods gedachten zijn niet van ons, ze zijn hoger.’ Nauwelijks een dag na de crash, vermoedelijk meer dan tweehonderd mensen dood, en zo’n man roept dat God de goddelozen velt? Waar haalt hij liet lef vandaan.

De vliegtuigramp is een luguber spektakel geworden. De koningin is geweest. Premier Lubbers. Ministers.

Medewerker Dolf van Siri is  boos. Volgens de statistieken en de deskundigen moet hij maar geloven dat de kans op een neerstortend vliegtuig in een dichtbevolkt gebied zo miniem is dat het bijna is te verwaarlozen. Niemand heeft hem op de schok voorbereid. Dat hij vrienden zou verliezen. Dat zo’n ramp het leven van mensen ingrijpend verandert of beëindigt. De machteloosheid die zich van je meester maakt. De ramp is onomkeerbaar. Het is een levensgroot feit, dat je maar moet accepteren, vroeger of later.

Hij snapt het niet. Niemand in de Bijlmer kan het bevatten. De rest van Nederland is geschokt, leeft mee. Maar hoeft niet met de zichtbare ruïnes verder te leven, met het gat dat in het leven van zovelen is geslagen.

              Sommige Surinamers hebben voor de tweede keer in drie jaar vrienden of familie tijdens een vliegramp verloren. Het traumatische effect van de vorige is bij lange na niet verwerkt. Na drie jaar is er officieel nog steeds niets over het onderzoek bekendgemaakt. Premier Lubbers sprak toen over ‘lotsverbondenheid’ en ‘nauwere samenwerking tussen beide volkeren’. Vulde niet in wat hij zei. Wat zal hij nu zeggen?

In Suriname is men in paniek geraakt. Ook daar is een crisiscentrum geopend, worden namen van vermisten doorgegeven. Twee ministeries hebben speciale telefoonnummers voor informatie ingesteld. De spanning is groot. Meer dan de helft van de Bijlmerbewoners bestaat uit mensen van Surinaamse origine. Zal er net als de vorige keer een massabegrafenis komen? Men is er bang voor. President Venetiaan sluit niet uit dat hij zelf ook naar Nederland komt. Hij wacht verdere berichtgeving af. Premier Liberia Peters van de Antillen komt ook. Behalve Surinamers wonen er veel Antillianen, Ghanezen, Pakistanen, Indiërs, enzovoort enzovoort. De droefenis onder alle mensen is enorm.

Terwijl een speciale eenheid van de brandweer zijn leven waagt door in de wankele resten van de flat te klimmen, neemt het leven om Groeneveen en Kruitberg weer enigszins vormen aan. Er worden boodschappen gehaald. Elke dag komen mensen naar de ruïnes kijken. Ze mogen niet verder dan de politieafzetting. Vele hoofden worden geschud. Zuchten van ongeloof en wanhoop zijn hoorbaar. Tranen. Met afgezakte schouders lopen enkele bewoners van Kruitberg en Groeneveen rond.

Over enkele weken is dit allemaal oud nieuws. De actualiteit zal plaats maken voor iets anders. In het parlement zal men een paar keer debatteren over de veiligheid van het vliegverkeer en hopelijk ook aandacht besteden aan de Bijlmer. Net als in Suriname, drie jaar geleden. Uit die ervaring weet ik dat er op sommige vragen geen antwoord zal komen. Dat er verbittering bij de overlevenden zal blijven. Dat er misschien weer druk zal worden gevlogen over de Bijlmer. En als het niet over de Bijlmer is, zal er over ander bewoond gebied worden gevlogen. Moet Schiphol niet naar minder bewoond gebied verhuizen? Zoals altijd zullen economische belangen het weer winnen.

De Groene Amsterdammer, 7 oktober 1992

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s